Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Zevende tooneel.

Arsinoë, Nicomedes, Attalus, Araspes.

Araspes, tegen Nicomedes. De Vorst ontbied u, Prins. Nicomedes. Wie? my? Araspes Ja, u, myn Heer. Arsinoë. Prins, de achterklap zwicht haast op 't minste tegenweêr. Nicomedes. 'k Weet niet waarom dat gy my dit bericht komt geeven, Aan my, die nooit dit sloeg in twyfel van myn leeven. Arsinoë. Zo gy hier nooit had aan getwyfelt, waart gy nu Met Metrobates, noch met Zeno hier. Nicomedes. Ik gruw Aan hen te denken. 'k Had hardnekkig voorgenoomen Te zwygen, en dit nooit in 't licht te laaten koomen; Maar gy, gy dwingt my zelf dat ik hen spreeken laat'. Arsinoë. De waarheid, dwingt hem meer, in weêrwil van den haat, Dan al uw giften doen. Dit volk, zo laag gebooren, Past op beloften noch op woord, hoe dier gezwooren.

Zy klappen beide meer dan hen is voorgeleerd. Nicomedes. Het moeit me om u; maar gy hebt zelf dit zo begeert. Arsinoë. 'k Begeer dit toch, en 't moeit my niet, dan om de vlekken, Waar meê ge uw glans bezwalkt; wyl ze u een naam verwekken, By al de eertytelen, die gy voerde onbenyd, Dat ge een Omkooper van twee valsche Schelmen zyt, Gelyk de pest gehaat. Nicomedes. Gy schynt te willen toonen, Als of ik hen had omgekocht, om u te hoonen. Arsinoë. Gy hebt hier van de schande, en ik de moeite alleen. Nicomedes. Gy tracht hen slechts hier meê verdacht te maaken. Arsinoë. Neen, Ik hou me aan 't geen dat zy den Koning overdroegen. Nicomedes. Wat hebben zy gezegt, dat u zo kan vernoegen, En gy gelooven wil? Arsinoë. Twee waare woorden, Heer, Welke u opvoeren tot den grootsten trap van eer. Nicomedes. Gy dient my het geheim dier woorden uit te leggen. Araspes. Maar, Heer, de Koning wacht naar u. Arsinoë. Die zal 't u zeggen; Hy wacht te lang.

Nicomedes. 'k Begin u te verstaan: Zyn hart, In slaafsche liefde tot zyn Gemaalin verward, Zal die van zynen Zoon versmooren en verzaaken; My straffenswaardig, u geheel onnoozel maaken. Maar . . . . Arsinoë. Maar volëind, wat meent gy met dit maar? Nicomedes. Mevrouw, Twee waare woorden, die my sterken in myn trouw. Arsinoë. Gy moet my het geheim dier woorden laaten hooren? Nicomedes. De Koning zal die haast ontdekken aan uwe ooren. Ik wacht te lang.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove