Achtste tooneel.
Alexander, alleen.
O bitt're dwang! hoe zwaar verdrukt gy steeds dit harte!
'k Moet, door een anders naam, beminnen. Welk een smarte!
Wat hulp wacht ik van haar, die by Kassandra licht
Myn Medeminaar heeft gedient, en dier verpligt?
Wat kan ik onder dit ontzagh, dat my doet zwygen,
En zo noodlottig is, doch hoopen en verkrygen,
Den zieken veinzende in 't ontdekken van de kwaal?
Maar wat myn Broeder op myn liefde ook andermaal
Hebb', tot zyn voordeel en myn nadeel, ondernomen;
Ik heb geen reên om voor Kassandraas trouw te schroomen,
Verzekerd zynde van haar hart, en van een hand,
Die zich zal waagen voor haar glory, en myn brand.
Einde van het Tweede Bedryf.