Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Darde tooneel.

Salome, Thares.

Salome. Hovaardige, uit wiens reên en oogen dagklaar blykt, Dat ge onverzettelyk niet van uw hoogmoed wykt; Beeld u nooit in, dat ik zal ongevoelig lyden Zo groot een smaad, en dit verbitterd tegenstryden. Ik was, ik was nooit van die lafheid, om, gesard, Zo veel verachtingen te lyden zonder smart; Ik, die noch smaad noch spyt ontfing van al myn leeven, Welke ik niet dubbeld heb met woeker weêr gegeeven. 'k Weet hoe men ymand moet verpligten, en met een De kunst van veinzen, en van wreeken. Neen, ô neen! Zy zal niet langer my met haare trotsheid plaagen. Thamar. Gy hebt die al te veel ontworstelt, en verdraagen. Trap, trap die trotse op 't hart, eêr zy, met voordeel, treed Op 't uwe, en uw geluk, in allen ramp en leed, Laat smooren. Neen, gy moet, is 't moog'lyk, haar bederven. Salome. Ja, 'k zal my wreeken, of haast ongewrooken sterven. Ik ly niet dat zy meer my, en myn stam braveert. Myn Thamar, 'k zal den Vorst, van liefde slaafsch verheerd, Een toomlooze achterdocht diep in zyn boezem drukken, Die haar vernielen zal. Thamar. Ach! mogt u dit gelukken! Ontsloegt gy van dien last het koninglyke hof, U zelf van deeze pest, wat zoude uw naam al lof Verdienen! uw gezagh, uw staat en glory groeijen!

Salome. Schep moed, schep moed: myn hoop is met geluk aan 't groeijen. 'k Won reeds den Schenker van de Vorst, wiens stout gelaat En moed bekwaam is in een toeleg van verraad, Die zal op haar een schicht, het maaksel van myn handen, Uitwerpen; zulk een schicht die daadlyk zal doen branden Zyn hart in minnenyd, en op een oogenblik In hem verwekken spyt, en woede, wraak en schrik, Ja al zyn teed're liefde in fellen haat verkeeren: Hy staat reeds vaardig op myn wenken en begeeren, Zich zelf opöfferende aan 't vuur van myne wraak Maar 'k moet my haasten, met de uitwerking van de zaak; Uit vrees, dat hy 't geheim, 't geen hem licht zal bezwaaren, Mogt aan een ander, die het uitbragt, openbaaren, Of door veel overleg verflaauwen in 't bestaan. Thamar. Mevrouw, daar komt hy, met zwaarmoedigheid belaân. 't Schynt, dat deeze aanslag hem tot droefheid kan verwekken. En 't aangezicht de vrees van zyne ziel ontdekken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove