Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Vyfde tooneel.

Wenseslaus, Ladislaus, Frederik, Octavius, Lyfwacht.

Frederik. Kassandra tracht verbaasd om u te spreeken. Verzoekende gehoor met alle eerbiedigheid. Ladislaus, ter zyde. Wat zie ik! Wat bedrog, wat spook heeft my misleid? 't Schynt of het aardryk voor myn oog keert 't opperste onder. Wenseslaus, tegen Ladislaus. Wat hebt gy my gezegt, ô Prins! door welk een wonder Word hier uw vond door myn gezicht, zo vlug, zo haast Van logens overtuigt? Ladislaus. 'k Heb immers u verbaasd, Beroerd, ontsteld, gezegt dat ik niets kon verklaaren. Wenseslaus. 'k Zie u dan weêr! wat heil, wat vreugd kan my dit baaren. 't Was tyd, heer Hartog, dat gy my op deezen stond Trok uit de dwaaling, die my dood'lyk had gewond. Zo myn geneezing was noch langer weg gebleeven, 't Gerucht van uwen dood had my gebragt om 't leeven. En nimmermeer ontfing ik grooter leed en schrik, En vreugd zo schielyk, op een tyd en oogenblik, 't Geen my zo zeer als nu den geest kan overheeren. 'k Weet naauwlyks wat ik zie, en wat gy komt begeeren. Wat deed gy my verstaan?

Frederik. Dat u Kassandra tracht Te spreeken, die aan dit vertrek uw antwoord wacht. Wenseslaus. Zy koome.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove