Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Vierde tooneel.

Genserik, Ispar.

Genserik. Met welk een zorg moet ik myn gunst tot hem betaalen! Ik zou door honderden van lyfsgevaaren heen, Om dat hy d'eed'len troon der Cezars zou bekleên, Het alles waagen, eêr ik zag myn hoop verlooren. Prins Trasimond is met een braave ziel gebooren; 'k Beken 't: en zelfs is hy grootmoedig in zyn daân: Maar 'k voel een teed're zucht, die my doet overslaan Voor 't heil van Hunnerik. Hoe zyt gy van gedachten? Gelooft gy wel dat hem Eudoxe zou verachten, En Romen weig'ren zyn gebied? Ispar. Gy kunt ook licht, Op dat gy elk alom met reên hier toe verpligt, U aan de Keizerin, door 't huwelyk verbinden. Haar schoonheid, moedig hart, doorluchtig bloed en vrinden, Vergrooten d' eed'len roem en luister van haar staat. Genserik. Hoe! ik haar trouwen? Neen: hier meê zou ik den haat Van gantsch Italiën op myne schouders laaden. Denkt gy niet dat men daar zal eeuwig haar versmaaden, En vloeken? Yder weet dat zy, door onze magt, De Roomsche burgery heeft in 't verderf gebragt.

Ispar. Die haat zal immers dan haar Dochter niet verschoonen. Genserik. Hoe! Romen kan aan haar geen haat of wraak betoonen; Zy heeft den vyand niet in 't hart van 't Ryk geleid, Te jong zynde om een zaak te zien met onderscheid. Ook heb ik meerder reên van niet met haar te paaren, Wanneer als ik bedenk myn inborst en myn jaaren; Ook zou geen minnaar 't hart der trotse Keizerin, Als door een slaafschen dienst, bekooren tot zyn min: En zo 'k myn hart ooit van de liefde liet bestryden, 'k Zou straks begeeren dat men deel nam in myn lyden. 't Lang smeeken is alleen voor laffe minnaars goed. Het past geen Koning slaafsch te klaagen van zyn gloed. Ispar. Vrees niet dat zy u met haar trotsheid zal mishaagen. Zeg haar slechts dat gy mint: wil my de zorg opdraagen Van haar te leiden door een liefde, welkers kracht Ontzagchlyk is gemaakt van vorstlyke oppermagt. De tyd veroudert nooit, myn Heer, gekroonde hairen, En haar aanvalligheên bestaan niet in de jaaren. Genserik. Gy hebt vergeefs uw zorg en yver aangewend Om my te ontvonken. Ga, en maak haar straks bekend Wat ik op heden met myn Zoon heb voorgenomen; Zeg haar, myn Ispar . . . Maar, ik zie haar zelve komen. Laat ons beproeven of dat wrokkende gemoed, En bitter hart niet kan met vleijen zyn verzoet. 't Is ons geen schande; want een ziel, zo hooggebooren, Zal zelden van den hoon der vrouwen zich verstooren, En om myn Zoon zou ik myn hart schier zelf verraân.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove