Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Darde tooneel.

Genserik, Sophronia, Ispar, Camille.

Genserik. Karthaag heeft op uw naam de wapens aangenomen,

Op dat ge uw wenschen in dit oproer zoud bekoomen. Durft uwe stoutheid alle ontzagh en pligt vertreên? Hoe! zoekt gy dan, Mevrouw, door al de afgryslykheên, Die de oorlog met zich sleept, een hart voor u te winnen? Wilt gy u zelf door zulk een wreeheid doen beminnen? Kan dit wel mooglyk zyn? is zulk een snood beleid 't Loon dat gy schuldig zyt aan myn geneegenheid, Die 'k van uw kindsche jeugd zo teêr u hebt bewezen? En zonder deeze zorg, welke u ontsloeg van vreezen, Had gy al vroeg gemist het leeven en het licht. 'k Was aan 't gemeenebest van Afrika verpligt, U, als het offer van myn staatsbelang, te dooden. Ik, als verwinnaar door de magt der groote Goden, Heb u, in plaats van u te slagten, aangeboôn Een vaderlyke gunst, en 't huw'lyk van myn Zoon: En uw ondankb're wrok durft noch myn roem bevlekken? Sophronia. Zo kunt ge uw ondeugd licht met schyn van deugd bedekken. Maar ach! wat had ge my door die onrype dood Al ramp op ramp gespaart! Doch 't was alleen uit nood, Tot uw verzekering, dat gy my zocht te spaaren. Ontveins dit niet, gy moest u zelf door my bewaaren. Men heeft als Vyand u, en niet als Vorst geächt. Geduurig dreigde uw hof, ten spyt van al uw magt, Een onverwachte slag, en duizend onweêrsvlaagen Uw staat met oproer, en verwoestende oorlogsplaagen. De Hoop van 't huwlyk, daar myn hart wierd door gevleid, Heeft toen 't oproerig woên der muiters neêrgeleid; En tot dien prys behield gy Afrika in handen. Maar toen gy zaagt Karthaag verzekerd in de banden Van uwe dwinglandy, hebt ge uwe trouwloosheid Doen blyken, en het recht der oppermajesteit

Zelf dier geschonden in 't verbreeken van uwe eeden. 't Gemeene volk, dat zulk een ontrouw vloekt met reden, Brengt in dit groot gevaar uw leeven, kroon en staat, Om my te wreeken van myn ongelyk en smaad. Genserik. 't Gevaar is niet zo groot by my, als in uwe oogen. 't Gemeene volk durft dan hun pligt, en myn vermoogen Vertreên om uw belang: maar 'k zweer, uw leeven zal Betaalen voor hun schuld. Gy geeft aan 't wreed geval U zelf al te onbedacht. Ik ben de muitenaaren, Die zich zo stout voor u, en tegen my verklaaren, Een voorbeeld schuldig van myn gramschap, en myn wraak; Ik weet hun boosheid. Doch hoe 't gaa, in deeze zaak, 'k Wil meester wezen in myn ryksgezagh en staaten. Vertrek. Sophronia. 't Is wel, Tyran, ik zal u dan verlaaten, Doch, om te schreijen zal 't niet zyn, maar om 't gezicht Van zulk een Dwingeland, op gruw'len afgericht, Te schuwen met vermaak. Genserik. 'k Heb al te lang verdraagen Uw trotsheid, enz. . . .

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove