Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Derde tooneel.

Orestes, Pylades.

Orestes. Wat hoor, wat voel ik? Goôn! den grootsten slag myns levens: In dit eene ongeval alle ongevallen tevens. 't Schynt dat de Hemel, die myn leed voorzei, 't begin Van al myn rampen toont door deeze wreede min. Pylades. Voorkoom die doodelyke en zo gevreesde slagen: En wyl ge uw ongenaâ moet door uw liefde draagen, Zo stuit haar loop, myn Heer; verberg u voor den haat Des Hemels, die op ons zyn gramschap vallen laat. Het voorbeeld van den Zoon laat dat den Vader leeren. Gy ziet Kassandraas gunst, by u zo waard, verkeeren; En dat doorluchtig hart, voor alle Minnaars schuw, Dat, zo gy meende, had meêdoogendheid voor u; Dat hart, het geen gy dacht dat zich voor u zou houwen, Zal in uw aangezicht haar Overwinnaar trouwen. Orestes. Wat zegt ge, Pylades? Heb meer eerbiedigheid Voor haare deugden en vergoode Majesteit. Hoe! zou Kassandra dan . . . ô Neen! het kan niet wezen. 'k Verdiende al haaren haat, indien ik dit dorst vreezen. 'k Moet hiermeer lichts in zien.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove