Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Tweede tooneel.

Enarus, Ariadne, Nerine.

Enarus. Uitmuntende Prinses, ei! laat u dit niet belgen,

Nu ik, verdrukt van 't leed, gereed my te verdelgen, Die droeve vryheid zoek, om, voor de laatste maal, U te onderhouden van myn doodelyke kwaal. Wat u myn vlam, die me in uw weêrwil blaakt, laat' hooren; Die vlam, die me al te sterk verheert en kan bekooren, Zo kunt gy, zonder schroom, ten koste van myn pyn, Myn liefde aanhooren, die alleen beklaagd wil zyn. Ariadne. Ik ken de liefde, welke u drukt met zo veel plaagen. Haar drift heeft meermaal met verbaasdheid my geslaagen. Gy kunt niets zeggen dan dat geen, 't welk ik, met recht, In myn ontroerde ziel, reeds heb voor u gezegt. Zulk een volmaakte vlam verdiende wel een harte Wat meer gevoelig en gebuigzaam voor uw smarte, En, om al de achting die gy 't draagt, tot u gezind. Maar eêr dat ik u zag was Thezeus reeds bemind. Gy weet tot welk een prys zyn deugd my is gebleeken, Na dit, myn Heer, zal ik u hooren, gy kunt spreeken. Enarus. 'k Weet Thezeus waarde, en heb ze u honderd maal gemeld. Wie vond volmaakter, wie vond heerelyker Held? Men hoort de Waereld van zyn naam en deugden waagen: Hy bid u aan, en zoekt alleen u te behaagen; Dit u te zeggen, is zyn zoetste zorg, Mevrouw. En wie kon minder doen, van u bemind zo trouw? En nu, na zo veel gunst aan hem getoond, ge uw ooren Gewaardigt, om my eens, uit deernis aan te hooren, Zal ik niet zeggen, hoe myn ziel, zo haast myn oog U zag, verwonnen voor de liefde nederboog: Gy wist het straks. Van deeze ontemb're drift gedreeven, Durfde ik vermeetel 't u terstond te kennen geeven. 'k Moest ook, om van u niet geschuwd te zyn, daar stil Van zwygen: 'k volgde dies eerbiedig uwen wil.

'k Deê my dit wreed geweld, om uwen toorn te ontvluchten En overtrad ik, met heel zacht daar om te zuchten, Gy hebt daar over my gestraft, en niet gehoort. Zo groot een afkeer heeft myn vlam noch niet versmoort. Gy hield niet op van wreed, ik van verliefd te wezen. Ik heb geleên, gekwynt van liefde, steeds vol vreezen, En zonder hoop van ooit te zyn bemind. Alleen Om uw, niet myn belang, zyt gy my waard: ô neen! 'k Diende u uit liefde, om dank noch loon daar van te aanschouwen; Zelfs in dit laatste en in dit droevig onderhouwen, Tot sterven licht gereed, begeer ik niets, Mevrouw. Trouw Thezeus, hy mint u, en gy mint hem getrouw. Maar denk, wanneer gy eens myn wanhoop mogt beklaagen, Dat ik u nooit verpligtte om iets voor my te waagen; Dat gy niets voor my deed; en stervende aan myn smart, Dat ik opöfferde u een onverschillend hart, Ten prys der zuiv're min, die 't ook daar toe kan noopen: En, zo 't op eenige genade noch mogt hoopen, 'k Zou van u eischen, om te vleijen myn verdriet, Wanneer gy Thezeus trouwt, dat gy ten minste liet, Verwaardigende u zelf hier toe, myn liefde hooren Dat, zonder 't eerste vuur, zo krachtig in 't bekooren, Ik u verwonnen had door myn genegenheid; Om 't bitter leed, dat my uw huw'lykszoet bereid, Wat te verzachten. 't Is gering dat ik kom spreeken: Maar een oprechte zucht, een gunstig woord te spreeken, Is 't al voor een, die, na dien troost, te sterven tracht. Ariadne. Uw min, vol deugd, heeft op myn hart zo groot een magt, Dat ze u dit toe moet staan: 't zal niet ondankbaar wezen: 't Is overtuigd, en 't dwingt my zelf daar in te leezen Hoe veel 't u schuldig is; en zo het stond aan my,

'k Betaalde ook u daar meê: maar 't miste zyn waardy, Zo de ongetrouwheid u daar van deê triomfeeren: 't Is Thezeus, die 't alleen bezit en kan regeeren: Hy 's daar in aangebeên. 'k Heb 't u geöpenbaart Van de eerste reis . . . . . Enarus. 't Is reeds genoeg aan my verklaard. Voldoe, voldoe de min van Thezeus, zonder schroomen. Pirithoüs is aan myn hof daarom gekoomen: Voltrek uw Echt; stel 't uur der bruiloftstaatsy vast: En zo 't vervaardigen dier pracht vereischt myn last, Zo spreek. 't Is my genoeg wanneer 't u kan verblyden: 'k Zal 't zelf uitvoeren . . . Maar ik zou licht minder lyden, Zo myn gezicht van zulk een wreeden voorwerp vlood. Wat zal de slag niet doen, zo 't denkbeeld zelfs my dood? Maar, ach! ik zou hier door uw toov'rende oogen derven. Dit maakte al myn verdriet. Neen, 'k wil veel liever sterven, Dan zien, en u niet zien.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove