Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Zesde tooneel.

Wenseslaus, Ladislaus, Octavius.

Wenseslaus. Hoe! Prins, is 't moogelyk? Waagt gy, in myn gezicht, Zo los, zo kwaalyk, door uw spoorelooze vlaagen, De hoop der kroon, en 't Hoofd, 't welk meent die kroon te draagen? Ladislaus. Heer, gy zyt Koning, en gy kunt die hoop alleen My weêr beneemen, naar uw wil en zinlykheên. Doch, myn gerechte spyt, getergt door een Verraader, Ontfangt geen wetten van een Koning, noch een Vader. Wenseslaus. En ik veel minder van een Zoon, zo stout als dwaas. Denk aan uw hoofd. Gy zyt gewaarschuwd. 'k Gaa.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove