Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Zesde tooneel.

Klytemnestra, Kassandra, Doride, Ismene.

Klytemnestra. Neen, neen, Mevrouw, gy hebt myn gramschap niet te duchten: 't Waar onrechtvaardig. Ik kom liever by u zuchten: Ik heb alleen misdaan; 'k beklaag myn' en uw rouw: En wat men ooit geloov', 'k geloof uw hart, Mevrouw, Gevoeliger van uw geboorte en achtbaarheden, Myn traanen, en myn Zoons wanhoopende gebeden, Als dat op ons verderf uw hoop een grondvest leit; En zo gy al de hoop van Agamemnon vleit, Het enkel is om hem in 't heftig woên te toomen. Maar die gestilde storm in weêr op nieuw te schroomen.

Ik zie voor u, en uw beklaagelyken staat, En voor Orestes maar alleen één hulp en raad: Kom, vlucht met ons; dit is het eenigst' aller zaaken. Gy zult een Koningin hier door uw Moeder maaken, En van een Prins uw Gade. Ontvlied het straf gezicht Van zulk een Dwingeland. Deeze aanslag is ons licht: De vlucht is reeds besteld, die ik u aan kom bieden. Laat ons dit snoode strand vervloeken en ontvlieden; En Sparte zal ons haast in zyne havens zien; Gantsch Griekenland, is 't nood, ons zyn bescherming biên; Zyn Prinsen, Koningen, myn Vader, met hun krachten Voor ons verydelen al Agamemnons magten. Kassandra. Mevrouw, gy ziet myn hart, door myn ontroerd gezicht, Verbaasd om zulk een gunst, waar door ge my verpligt. Doch waar toe noodig u met yd'le hoop te vleijen? Hoe! meent ge de oogen van den Koning te verleijen? Dat was vergeefs: en zo we al vlooden van dit strand, Wy vielen haastig weêr in zyn verwoede hand. Wat zou uw leeven, (Goôn!), voor zyne wraak behoeden? Hoe zou hy op Kassandre en op Orestes woeden! En neem, wy vluchten al op zulk een oogenblik Waar in de vreeze, voor 't ontdekken, buiten schrik Ons had gebragt, en wy al binnen Sparte waren, Uw grootste hoop: zyn wy dan veilig voor gevaaren? Gy weet wie Troje won, en dat die zelfde Held De heele waereld kan verwinnen met geweld: Wat zou hy dan niet doen, om zulk een spyt te wreeken, Die Menelaüs hoon zo straf door gantsche beeken Van bloeds gewrooken heeft! Laat ons het ongeval Eêr onderworpen zyn, en staan voor 't noodlot pal; Wel dood'lyk bitter, maar voor ons geenszins te myden. Wilt gy uw ballingschap en echtverbreeking lyden?

Ik volg een Koning, dien ik vloeke, naar 't altaar. 'k Zal in 't gewyde koor by 't heilig kerkgebaar Hem brengen . . . Wat ik zeg! Ja, 'k ga een koning geeven Al de ongevallen die ik nasleep met myn leeven. Klytemnestra. ô Schandige uitvlucht, en bedrog maar al te waar! Myne oogen eindelyk, myne oogen zien nu klaar 't Geheim van uwe ziel, dat ik noch nooit kost vinden. Gy wilt u liefst aan 't lot van Agamemnon binden, En met zyn grooten naam vermengen uw geslacht; Ja dus uw droeven staat, vervallen en veracht, Herstellen, heerschen, en met vreugde zegepraalen. Kassandra. Ik zal noch meerder: 'k zal myn glans doen grootser straalen: Ik zal een opzet, my zo heerlyk, elk ten spyt Zo verr' volvoeren . . . . Maar het is genoeg: de tyd Zal alles nader u doen hooren en ontdekken. Klytemnestra. Hou op van langer my tot gramschap op te wekken. Denk, Agamemnon te verliezen, en een kroon, Is 't yslykst ongeval, en noch veel grooter hoon Dat myn vyandige Slavin kan overwinnen De plaats die ik verlies; en dat ik zie beminnen Myn Medeminnaares. Maar 'k zal, om deeze smaad Te wreeken, aan deez' dag, van Goôn en mensch gehaat, Door duizend dooden doen op 't schrikkelykst gedenken, 't Ryk in een zee van bloed en traanen doen verdrenken. Gy, die 't aanstaand voorspelt, en stoort eens ieders rust, Is 't leed, voor u bereid, aan u noch onbewust? Wel aan; 'k voorzeg u dan, en zonder Goôn te vraagen, Myn gramschap is de god, die me openbaart uw plaagen. Kassandra. Ge onstelt my niet nu gy myn ongeval voorzegt:

'k Ben, meer als gy zyt, van myn noodlot onderrecht. 'k Voorzie te wel het uwe, en duizend ongelukken, Die u met slag op slag afgryslyk zullen drukken, En u te vreezen staan, die 'k reeds voor u beklaag. Schend my vry overal; vervloek met plaag op plaag Myn onbesmette ziel: doch hoe gy zyt bedroogen Zal u de tyd doen zien, by 't oop'nen van uwe oogen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.