Skip to content
1731

Mengelpoezy. Deel 2

Katharina Lescaille

Slotzang.

Zegent, zegent dan den stond, Die u beiden heeft gewond, O gelukkigste aller menschen! Na lang hoopen, na lang wenschen, Ziet gy al uw leed verzacht; En uw blyden bruiloftsnacht; Schoonen nacht, welke u de weelden, Die ge u mogt al lang verbeelden, In een paradyslucht brengt, Daar ze uw zielen smelt en mengt Onder een! Ai zie ze daalen Met veel aangenaamer straalen Voor uw liefde, als ooit de zon Op den middag blinken kon! Nacht, die een maakt van u beiden, En u gunstig zal geleiden Daar ge in eindelooze lust Van uw minnezorgen rust. Eeuwig moet u die gebeuren, Van geen haat noch nyd te steuren, Buiten tegenspoed en druk, In een onbepaald geluk, Zingende steeds bruiloftstoonen. Zo moet God uw huwlyk kroonen.

Den XXIIIsten van Lentemaand, MDCLXXXVIII.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Mengelpoezy. Deel 2 · Katharina Lescaille · Poetry Cove