Slotzang.
't Vrolyk uur is nu gebooren,
En de blyde bruiloftsgalm
Laat in minnedicht zich hooren',
Daar de groene maagdepalm,
Rooze- mirthe- en lauwerbladen
Sieren hunne zaal alom.
Gaat, met hemelgeur belaaden,
Braave Bruid, en Bruidegom!
Smaaken al de lekkernyën,
Die aan de aardsche goôn alleen
Zyn vergund wanneer zy vryën.
Duizenden van zaligheên
Komen uwe liefde tegen.
's Hemels goedheid kroone uw min.
Met den Goddelyke zegen,
Neemt uw bruiloft haar begin:
Met een vrede, die volslaagen,
Zonder onrust, u bereid
Goude tyden, goude daagen,
Nachten zonder duisterheid,
Weelde die niet is te gissen.
Ga dan heen, doorluchtig Paar,
Leer Natuurs Geheimenissen
Onverhinderd aan elkaâr.
Zo moet gy ontsterflyk leeven
In uw Kinderen en Neeven.
Den XVIsten van Herfstmaand,
MDCXC.