Skip to content
1731

Mengelpoezy. Deel 2

Katharina Lescaille

Tegenzang.

Recht. Natuur vermag alleen, Om, uit Blokken, en uit Beeken, Menschenbeelden aan te kweeken, En met leenig vleesch te omkleên, Die, als buigzaam wasch, te kneeden, Schoon van wezen, schoon van leest, Hen inblaazende eenen geest, Die haar wetten volgt en reden: Daar zy 't schepsel, door het stuur Van haar aldoorzichtige oogen, Van haar slaapdamp ooit omtoogen,

Wys regeert, en 't eeuwig vuur Steeds bewaakt, in 't onderhouwen, Door wiens warmte en lieven gloed, Zy het al bezielt en voed, Om haar schoonheid aan te schouwen, Die 't begrip te boven gaat; Daar ze, oneindig mild in 't geeven, Schiep de Liefde met het leeven, In des Waerelds dageraad, Om den mensch tot vreugd te strekken, Als een goddelyke spruit, En volmaakte Hemelbruid, Vry van driften, vry van vlekken, Die, gevolmagt van haar hand, Kweekt alom een zuiv'ren brand.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Mengelpoezy. Deel 2 · Katharina Lescaille · Poetry Cove