Skip to content
1731

Mengelpoezy. Deel 2

Katharina Lescaille

Toezang.

Eindlyk land gy in de Haaven, O Fontein! daar d'eerb're Maagd Uw volmaakte keur behaagt, Met zo veel beroemde gaaven. Hier is 't eind' van uw geklagh, Van uw zorg, ô trouwe Minnaar! Zie u zelf nu overwinnaar, Daar uw zon, by nacht en dag, Straalen schiet uit schitt'rende oogen, En op nieuw uw Trouwverbond, Vast verzegeld aan uw mond, Door het minzaam mededoogen. Zo kwam Venus, vol van lust, Door haar schoone Adoon gevangen, Aan zyn blanke hals te hangen, Daar zy, nimmer zat gekust, Vleit den jongman onder 't vryën, En zich spiegelt in het licht Van dat aangenaam gezicht. Dus zal zy uw ziel verblyën.

Met wat gloed van dankbaarheid, O Fontein! zult gy haar naaken? Zie de roozen op haar kaaken, Door het lelywit verspreid, Schooner van de schaamte schynen, Als Diones roozekrans, Ryk van aangenaamen glans. Bruigom, doe haar vrees verdwynen; Pluk ze met uw lippen; pluk: Zy zal weêr de haare reppen, Om u nieuwe vreugd te scheppen. Heerlyk bloei uw Echtgeluk, Met den wasdom van uw jaaren, O Bekoorelyke Twee! Roemryk groei uw vreugd en vreê. 't Zy in uw gezegend paaren Eeuwig dan, en nimmer nacht. Gaat, vermeerdert uw Geslacht.

Den IVden van Grasmaand, MDCLXXX.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Mengelpoezy. Deel 2 · Katharina Lescaille · Poetry Cove