Op het zelfde huwelyk.
De Zon, in 't lentekleed, straalt blyde uw min te moet,
O wakk're Haan! die vroeg laat een triomfkreet hooren,
Uw schoone bruiloftsdag verkondigende aan de ooren
Van uwe Bruid, ontvonkt door uw getrouwen gloed!
Nu ziet ge uw liefsten wensch, zo lang met hoop gevoed,
Vervuld in haar, die u van boven is beschooren,
En u tot heil, met zo veel gaaven, wierd gebooren,
Nu ge aan haar blanken hals uw minnezorg verzoet.
Uw huwlykslot is met geen schatten op te weegen,
Daar uw Sibille, uw trouw voorspellende alle zegen,
Wyd uwe Bruiloft met verliefde orakels in.
Ga, Bruigom, teel en kweek een reeks van jongen Haanen.
Volg hem, ô Schoone Bruid! daar Liefde u 't spoor komt baanen.
't Is tyd; terwyl De Haan mooi weêr kraait voor uw min.
Verëend den XXVIIIsten van Lentemaand, MDCCVI.