Skip to content
1731

Mengelpoezy. Deel 2

Katharina Lescaille

Op het zelfde overlyden.

De Doodharpy gaat haaren gang in 't maaijen Van 's waerelds oogst, hoe zeer men kermt en klaagt. De Hemelheer, die 't gantsche schepsel draagt, Heeft vast bestemt hoe 't waerelds lot zal draaijen.

Dies moet het al naar zynen wille zwaaijen, Waar door hy 't werk volvoert dat hem behaagt, Zo daar de zon verzinkt, als daar ze draagt, Om 't aardsche zaad in aardschen grond te zaaijen.

Was weetenschap het bolwerk voor de dood, En zuiv're deugd; Pommare had den schoot Van haaren boog zo vroeg niet konnen deeren.

Maar wat lust hier Elias aardsche vreugd? Hy stygt om hoog, en erft den loon der deugd, Om eeuwiglyk by God te triomfeeren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Mengelpoezy. Deel 2 · Katharina Lescaille · Poetry Cove