Skip to content
1731

Mengelpoezy. Deel 2

Katharina Lescaille

I. Tegenzang.

Kan Heer David, vol van moed, Ryp van oordeel, ryk van reden, Vrygebooren, opgevoed Naar de vaderlyke zeden, Zich verslaaven? daar hy fier Uit een Leeuwenstam gesprooten, Niet misdeeld van edel vier, Een van Grootvaârs eêlste looten, Die, op 't deftig deugdenspoor Treedende, gelyk een vryë, Voor zyn hartelust verkoor De onbepaalde Koopvaardyë, Trouw gekoesterd van zyn Stam, Hoe ook de oorlogsmonsters schreeuwen; Daar de Beurs van Amsteldam Aan van Lennepen en Leeuwen, Blyven zal zo lang verpligt, Als haar koopkasteelen bruischen, Onvermoeid, op 't starrelicht, Met een trits van zilv're kruissen, Door het hart van alle zeên, En, om 't gulde vlies te haalen, Om en om den Aardkloot heen, Reizen met de zonnestraalen?

Kan een Leeuw dan, fier van zin, Zich verslaaven aan de min?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.