Skip to content
1731

Mengelpoezy. Deel 1

Katharina Lescaille

Mengeldichten.

Gezang op Doornburg, Lusthoove van den Heere Willem van Zon, Domheer van Oudmunster.Bladz. 243. Dordrechts Vermaaklykheden; aan den welgeleerden Heere Joan Goris.250. Tytir, Harderszang.256. Redegund, Harderskout.261. Op Redegund.266. Rozemond, Hardersklagt.267. Aan Rozemond.270. Op de zelfde.271. Op de zelfde.272. De klaagende Ystroom; op het vertrek van Clarimene.274. Aan Galathé.276. Onrust der Liefde.277. Anders.278 Anders. Aan de Liefde.279. Anders. Aan de Haarlemmer Nachtegaal.280. Op een Kipje; verdronken op Doornburg aan de Vecht.281. Aan den Heere Willem van Zon; na myn vertrek van Doornburg.283. - - - Henrik de Roo; op zyn vertrek naar Spanje.284. Aan den zelfden Heere.284. Op het Afscheid van Jongkvrouwe Ida Hochepied, naar Oost-Indië.285. Klagten aan myn afwezende Feizant.287.

De bezige Minerve op de nieuwe Drukkery van den Achtbaaren Heere Dr: Joan Blaeuw, Raad en Oud Scheepen der Stad Amsteldam, enz:290. Op het afbranden van dezelfde Drukkerye.298. Aan den Heere Cornelis Elias, bevestigd tot Leeraar der Kerke van Amstelveen.301. Ter Inwyding van den zelfden Heere.302. Ter Kloosterstaatsy van de Godminnende Zuster Helena Francisca Staats.303. Op het geestlyk Huwelyk van Jongkvrouwe Lodowina Poppe.306. Op de Inwyding van den Heere Petrus Suurendonk, ter Schoolvoogdy te Amsteldam.307. Op den Heere Rudolphus Steenbergen; toen zyn E. tot der beiden Rechten Doktor was ingewyd.310. Aan den Heere Joan Pluimer; toen hem de Koning van Grootbrittanje een goude Gedenkpenning had geschonken.312. Aan den zelfden Heere; toen zyn E. myn Treurspel Nikomedes ten Tooneele voerde313. Aan de Heere Joan van Meekeren; met myn Treruspel Ariadne.314. Aan den Heere Ysbrand Vincent.315. Aan den zelfden Heere; met myn Tooneelpoëzy316. Aan den Heere Lambertus Bidloo.317. Aan den Heere Johannes Vollenhove; over zyn Gezang op 't nederstorten van den Domkerk te Utrecht.319. Anders.320. Anders.320.

Opdracht van myn Treurspel Genserik, aan den Heere Willem van Zon.Bladz. 321. - - - - Herkules en Dianira, aan den Heere Mr. Harmannus Amia, Rechtsg:323. Aan den eerw: Hooggel: Heere Do. Wilhelmus Sluiter, toen zyn E. my zyn Zanglust verëerde.324. Deszelfs Antwoord.326. Weêrklank aan den zelfden Heere.328. Onschuld aan den zelfden; en Toegift.330. Op het vertrek van de vermaarde Dichteresse Mejuff: Cornelia vander Veer.331. Wellekomst van de zelfde Juffrouw.333. Juffrouw Cornelia vander Veers Antwoord.335. - - - - - Toegift aan K.L.338. Aan de zelfde geestryke Juffrouw C vander Veer; toen haar E. my eenige Zedevaerzen had toegezonden339. - - vermaarde Zangster Mejuffrouw Cornelia vander Veer.344. - - kunstryke Poëetes; toen ik haar E. geboortedag niet had geviert.345. Klachte van dezelfde Juffrouwe, aan K. Lescailje.347. Aan de konst- en roemryke Mejuffrouwe C. vander Veer.349. Aan Juffrouw Sara de Canjoncle; nevens een Hollandschen Parnas.351. Verlooren en wedergevonden Vriendschap.352. Aan Jongkvrouwe Sara de Canjoncle.353. Aan Mejuffer Helena vander Hek. 355. Aan dezelfde Juffer; met myn Treurspel Wenceslaüs.355.

Aan Mevrouwe Yda Hochepied Dispontyn; met myn Tooneelpoëzy.Bladz. 356. Aan Jongkvr: N: N: met myn Treurspeelen.356. Aan Mejuff: Anna *** met myn Tooneelpoëzy.357. Aan Juffer Maria Barnsteen; met de Bybelsche Gezangen van den Heer L: Baake.358. Op een Gedenkpenning.358. Anders.358. Korte Inhoude van Virginia, Treurspel.359. - - - Amfitruo, Blyspel.359. Op den Knorrepot, van den Heere Izaak de Pinto.360. Op de Amsteldamsche Schouwburg; hersteld in Wintermaand mdclxxxviii.360. Aan den Koning van Grootbrittanje; op het veroveren van Naamen.361. Aan den Heere Mr. Joan vander Merct.361. Op het Huwelyk van Thomas ***, oud 26 jaaren, en Grietje ***, oud 48 jaaren.362. Aan N.N.363. De Deugd en Wysheid boven alles te roemen.364.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Mengelpoezy. Deel 1 · Katharina Lescaille · Poetry Cove