Skip to content
1731

Mengelpoezy. Deel 1

Katharina Lescaille

IV.

Hier rust een Dichteres, een Wonder van haar tyd, Haar tyd alleen niet, maar van 't gantsch Geslacht der Vrouwen: Wiens weêrgalooze Geest de Dichtkunst wist te bouwen, Al is het Mannenwerk, met ongemeene vlyt. Dit tuigt haar keurig Dicht, haar doorgewrochte Speelen, Doorluchtig uitgevoerd, met zo veel geest als kunst, Waar in de tochten van den Mensch, Haat, Liefde en Gunst, En and're, zyn geschetst als 's Waerelds Tafereelen: Maar ach! wat helpt de Kunst, de Wysheid, als de Dood, Al te onmedoogend, met haare alverslindb're tanden, 't Verstand en Kunst, zo wel als Rykdom, aan derft randen, En 't sterflyk deel van al die schatten t'zaam ontbloot! Gaa Lezer, zeg dat zy, wiens Lyk hier legt begraaven, Noch eeuwig leven zal door haare uitmunte gaaven.

DL. Willink.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Mengelpoezy. Deel 1 · Katharina Lescaille · Poetry Cove