Noch op 't zelfde verjaaren.
Euripides, Homeer, en Flakkus, Pindarus,
En Naso, ô Poëet en Matimaticus!
Staan op uit d'yz'ren slaap, na zo veel duizend jaaren,
En stellen t'uwer eer hun halfverroeste snaaren.
De negen Zusters, en 't grootmagtig Helikon,
Dat u houd voor een op- en ondergaande zon,
Slaan mede hand aan 't werk, om uw weetzieke zinnen
Het kruid en sap, dat al de Goden trouw beminnen,
En wyze mannen maakt, uit diepe schuld en pligt
Op te offeren in plaats van een Verjaargedicht.
Nu zult gy zo volmaakt als Junoos Vogel zweeven;
Nu als 't schilddraagend Beest het al te boven streeven:
Nu zult gy wond'ren doen, by 't geen gy hebt gedaan.
Zo zal uw naam alleen in alle historys staan.
Gedicht voor P.P.