Skip to content
1731

Mengelpoezy. Deel 1

Katharina Lescaille

Aan de zelfde juffer; met myn treurspel Wenceslaus.

Zo ge u gewaardigt om te ontfangen van myn hand Den Poolschen Vorst, van my in Neêrduitsch dicht geschreeven, Word hy op dit geluk op nieuw ten troon verheven Beschaduwd zynde van uw vriendschap en verstand. My dunkt, 'k zie reeds zyn lof tot aan de wolken ryzen, Myn zangnimf blaaken in een eed'le hovaardy, Daar gy de kunst zet een volmaakten luister by, En ik genoopt word om uw gaaven steeds te pryzen. Ik eer dan, kennende al uw waarde, en mynen pligt, Uw deugd, uw heusheid, geest en glans, in myn gedicht.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.