VII.
Dit graf roemt op Kathryne, een Saffo onzer dagen,
Bemind van Phebus en 't gewyde Negental,
Dewyl haar Duitsche Luit aan yder kon behagen:
Waarom haar naam by ons vereeuwigt blyven zal,
Nu haar vergode geest, van 't stervelyke ontbonden,
Den waaren Zangberg voor dit treurdal heeft gevonden.
Barths. van Oudega.