Slotzang.
Hier zweeg zy stil, en scheyd' met blydschap in haar weezen: Eene aldergrootste vreugd was uyt haar oog te leezen. Zy vloog, gelyk een schim, om hoog uyt ons gezigt, Om haar verëend te zien met 't eeuwigduurend Ligt. Op aarde wierd zy steeds gedreeven door de Réden. Zy prees de Deugd, misprees geweld en kwaade zéden, Waar af zy het gevolg, als in een zintafreel, Zesvoudig heeft doen zien op 't Amstels Schouwtooneel. Zy doet Alcides in zyn huuwlykschennis smooren, Toen hy voor Dianiere Iöle had verkooren. Thezeüs die zyn trouw, zyn Ariadne liet Om Fedra, stelt zy in een zelve zielsverdriet.
In Nikomedes pryst zy 't groots en trouw besluyten, Toen hy, door dapperheyd, de dwinglandy wou stuyten. In Mariamne toont ze een voorbeeld van geduld, En in Herodes dat van regtgestrafte schuld; In Genzerik, de straf, de geessel van oud Romen, Toen hy het borger-bloed deed langs de straaten stroomen. Eudoxe en Trasimond, vereenigd door de Deugd, Verbeeld zy in hun min, hoe vol verdriet, verheugd. In Wenseslaüs wyst zy een geprangden Vader, Diens Zoon, zyn Broeder dood, en treft zyns harten áder. Het regt eyscht straf, natuur belet in hem de wraak, De Regter schreyt: de Moord beschouwt het met vermaak. Dus leert zy ons de Deugd voor alle dingen minnen, Gedrogten van het hart bedwingen en verwinnen, In alderley verdriet standvastig van gemoed, Niet trots in voorspoed zyn, niet klein in tegenspoed; Geweld en Tiranny geduldiglyk verdraagen, En nooyt om ongeval, of noodbeschik te klaagen; Te vrede met de maat, die 's hémels werken meet, En met de schaal, die ons gedrag en wikt, en weet. Wel aan dan, Zuster, Nigt, en welbekende Vrinden, Laat ons haar schoone lesse in onze harten vinden. Komt, volgen wy Lescailje in haar verhéven toon: Zy liet deeze aarde voor een hémellauwerkroon.
Willem Spiering.
Cookies on Poetry Cove