Skip to content
1599

De harpe, oft des herten snarenspel

Karel Mander

Nae de wijse: Het viel een s'Hemels dauwe. [O]F ick ghehanghen condeSyr.23. Voor mijnen mondt een slot,Ps.141.3. [En d]rucken op mijnen monde [Een]en vasten zeghel, O Godt, [Op] dat ick niet en viele [Door] haer in zonden snel, [En] mijn tonghe, mijn ziele [Nie]t en verdorue fel.

Iob,42.2.O Heere Godt, O Vader, Syr.43,4.Mijns leuens toeverlaet, Hebr.4,12En laet my niet te gader Een zijn, met lasteraers quaet, Maeckt hier in s'Weerelts eruen Mijn weghen verre van daer, Dat ick niet int verderuen En moet comen met haer. O cond' ick mijn ghedachten In den toom houden voort, Castijden, ende sachten Mijn herten met Gods woort, Dat ick niet en vercierde Noch en verschoonde mijn daet, Wanneer dat ick faelgierde, Maer volghde des Heeren raet. Op datter doch gheen zonde En waer ghedaen door my, Noch dwalingh op en stonde, Noch oock veel quaets daer by: Dat ick voor mijn vyanden Niet en dorf t'ondergaen, Noch oock met grooter schanden Tot haren spot werden saen. O Vader van den lichte, Godt, Heere mijns leuens vry, Van onschamel ghesichte Wilt doch bewaren my, En alle quade lusten Keert van my t'aller tijdt,

[Dat] mijn herte mach rusten [Van] alsoo fellen strijdt. Prince, bouen alle Princen alleene goet, [Ghe]eft dat ick niet en valle [In g]ulsicheyt onvroet, [Noc]h in oncuysheyt mede,1.Cor.6,16 [O H]eere, seer wijdt befaemt,1.Thes.4,3 [Beh]oedt my doch in vrede [Voo]r een hert onbeschaemt. Een is noodich.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De harpe, oft des herten snarenspel · Karel Mander · Poetry Cove