Skip to content
1599

De harpe, oft des herten snarenspel

Karel Mander

Nae de wijse: Noch weet ick een Rooseken root, minjoot. Cant.4.1.OCh schoone, ydoone, greyn, 2.Tim.4.8Wilt pleyn, nae my verlanghen, Iac.1.12.In persoone, de croone, reyn

Apoc.2.10.Alleyn, sult ghy ontfanghen. Sap.3.5.V cort lijden, en strijden, smal Rom.8.18Int dal, door mijn verschijnen, 2.Cor.4.17Met verblijden, ontglijden, sal,

Apoc.21.4Iae al, gheheel verdwijnen. mat.24.9.Wat ghy suchten, gheruchten, hoort Van Noort, Zuydt, West, of Oosten, Ps.119.50Vrees' en duchten, laet vluchten, voort

Rom.15.4Mijn woort, laet u vertroosten. Apoc.20.8Want al waren, veel scharen, groot Psal.3.7.Al bloot, op u gheresen, Psal.27.2.Haer misbaren, en haren, stoot

Ter noot, sal ijdel wesen. 1.cor.15.25Ons vyanden, met schanden, fel Heb.1.13.Ghequel, staet te ghenaken, 2.Pet.3.10Als de Landen, verbranden, snel,

T'werdt wel, een dach der wraken. mat.10.32.Maer beneden, beleden, my marc.8.28.Hebt ghy, sonder cesseren, Luce.9.26 ende 12.8.Daerom treden, in vreden, vry

Suldy, met my, regueren. Een is noodich.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De harpe, oft des herten snarenspel · Karel Mander · Poetry Cove