Nae de wijse: Noch weet ick een Rooseken root, minjoot.
Cant.4.1.OCh schoone, ydoone, greyn,
2.Tim.4.8Wilt pleyn, nae my verlanghen,
Iac.1.12.In persoone, de croone, reyn
Apoc.2.10.Alleyn, sult ghy ontfanghen.
Sap.3.5.V cort lijden, en strijden, smal
Rom.8.18Int dal, door mijn verschijnen,
2.Cor.4.17Met verblijden, ontglijden, sal,
Apoc.21.4Iae al, gheheel verdwijnen.
mat.24.9.Wat ghy suchten, gheruchten, hoort
Van Noort, Zuydt, West, of Oosten,
Ps.119.50Vrees' en duchten, laet vluchten, voort
Rom.15.4Mijn woort, laet u vertroosten.
Apoc.20.8Want al waren, veel scharen, groot
Psal.3.7.Al bloot, op u gheresen,
Psal.27.2.Haer misbaren, en haren, stoot
Ter noot, sal ijdel wesen.
1.cor.15.25Ons vyanden, met schanden, fel
Heb.1.13.Ghequel, staet te ghenaken,
2.Pet.3.10Als de Landen, verbranden, snel,
T'werdt wel, een dach der wraken.
mat.10.32.Maer beneden, beleden, my
marc.8.28.Hebt ghy, sonder cesseren,
Luce.9.26 ende 12.8.Daerom treden, in vreden, vry
Suldy, met my, regueren.
Een is noodich.