De wijse 50. Psalm.
M. NV Hanan vriend dus worden wy vast quijt,
Den droeven nacht, en onweer keerschen tijd,
Maer eer verwijt, tot ons hier neme gangh,
Van ander dat wy't maken al te langh,
Dit Lieds gesang, laet ons nu stilte maken,
Want stilte soet, en is doch niet te laken.
H. Wel aen Mathan des ben ic wel gesind
De stilheyd soet is van my oock bemind,
Eermen begint met tonge slaen geluyd,
Hoeft wel beproeft t'woord binnen t'monds besluyt
Oft in of uyt best diend, en of ons spreken,
Is weerdich om stil-swijghen mede breken.
Het 7. Veld-Lieds eynd.