Skip to content
1613

Bethlehem dat is het broodhuys

Karel Mander

op de wijse des 45.Psalms.

L. GEdenckt o Heer, hoe't met ons gaet in rauwen, Wilt met opmerck, ons versmaedheyd aenschauwen, Ons erve is nu gheworden, t'vremder deel, Ons huysen zijn, den uytlandighen heel. Weesen zijn wy, wy'n hebben genen Vader, Ons Moeders, zijn, als weduwen algader, Wy drincken laes, ons selfs water om geld, Ons hout word ons, tot dieren prijs besteld. S. Wy worden swaer, nu over hals gedreven En hoe vermoeyd, geen rust word ons gegeven Egypten oock, Assur wy ons ter nood, Opgaven, om te moghen eten brood. Ons voorders siet, die hebben hun ter schanden Ier.31.29Besondigt, des zijn sy niet meer voorhanden, Ezec.18.2En hun misdaed, ontgelden wy eenpaer, Wy zijn in dwang, verheerd van knechten maer. H. En niemand comt ons, uyt hun hand bevrijden, Wy moeten oock in nood, de dood te lijden, Halen ons brood, voor t'sweerd in der woestijn Ons huyd dat schijnt, geheel verbrand te zijn. Van hongher fel, ghelijck in eenen oven, S'hebben gescheynd, tot Syon daer en boven, De wijven oock, onteerd sonder ghena, De Maeghden jongh, in den steden Iuda. L. Den Vorsten weerd, zy schandelijc ophingen: Sy eerden niet den ouden, Iongelingen Mosten ghelaen, met muelen-steenen gaen. De knechtkens jong, vielen met t'hout gelaen. Onder de poort, en sitten noch vergaeren, D'ouders niet meer: de jongers op de snaren Spelen niet meer, ons herten vreugd is g'eynd, Ons reyen is in droefheyd na gheweynd. S. De croone ons hoofts gevallen ligt ten gronde, Och wee, dat wy soo onachtsaem in zonde Hebben gheleeft, daerom is nu ons hert, Gheworden al vol droef, en bitter smert,

Duyster zijn oock ons ooghen nu bedeghen, Om Syons Berg, dat sy soo woest ghelegen Is nu ter tijd, als dat de Vossen koen, Daer over vry den loop nu henen doen. H. Maer Heere ghy die in eeuwicheyt blijvet, En eeuwich oock uwen Toorn beclijvet, Waerom wilt ghy ons vergheten eenpaer, Soo langhen tijd ons oock verlaten swaer. Herberght ons Heer tot u, dat wy by desen, Oock weder t'huys ghecomen mogen wesen.Ier.31.16 Gelijc van ouds vernieuwt ons dagen voord Ghy verwierpt ons, tot seer op ons gestoord. Eynd der Claeg-Lieden Ieremie.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bethlehem dat is het broodhuys · Karel Mander · Poetry Cove