Skip to content
1613

Bethlehem dat is het broodhuys

Karel Mander

weder op de wijse des 57. Psalms H. WEl over een comt Ieremie sangh, Met onsen nacht die droef is vol verlang Op de beloft daer stadig wy na wachten Dat uyt des doods fel schaduwig bedwang, Eens mochten zijn verlost alle gheslachten. S. Zijn clachten hy in Ierusalems naem, Wel aerdig doet geen claeg-wijven bequaem, Hoe constigh oock en mochtent beter connen, Ier.9.16Ierusalem o stad van ouder faem,

Van t'Roomsch geweld ghy nu oock zijt verwonnen L. V overwon Pompeius den Romeyn, Die s'Heeren huys ontwijdde maer hiel reyn Zijn handen, noch van de heylighe vaten, Maer Kassius die quam als Capiteyn, Van t'Roomsche volc en heefter niet gelaten. H. Ierusalem den staet daer ghy in zijt, En hebt ghy noyt beleeft in uwen tijd, Dat Coning vremd in u heerschapt met lusten Herodes groot zijnd' een Ascalonijt, Ghesteld is door Octaviaen Augusten. S. T'voorseggen van Iacob Eerts-vaderGen.49.10 bloot, Moet nu gheheel vervullen haest t'is noot, Christus den held, behoorde wel te comen, Ter wijle dat den Coningh-Scepter groot, Van Iuda nu versteld is en ghenomen. L. Daer is een Man nu in Ierusalem, Godsvruchtich, Recht, den gheest Gods is in hem, Israels Troost verwacht hy alle daghe, Hem is belooft door s'geests inspraecsche stem Te sterven niet, voor dat hy Christum saghe H. Dats Symeon so ons t'gerucht verteld, Och mochten wy oock mede sien den Held, Die comen sal, en mochten hem aenhangen, Nu laet ons noch te samen hier verseld, Verhalen voord s'Propheten droeve sangen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bethlehem dat is het broodhuys · Karel Mander · Poetry Cove