4
De stoute wenschen, de eedle droomen,
te lang een stille, onmagt'ge beê, -
zij moeten uit den geest nu komen
als degens uit de scheê;
als vlammen door geen' paus te dompen;
als wapens waar de dwingeland
zijn staal zal op verstompen,
de slange haren tand.
De slapers wakker nu gezongen,
en hun den regten weg getoond!
Den valschaard 't masker afgedwongen,
en 't dom geweld onttroond!
Een juichlied voor die wieg der vromen,
't vereend Itaalje, vrij van band! -
En moge ook eenmaal komen
het uur van Nederland!