Skip to content
1860

Zwijgende liefde (onder ps. Julius)

Julius Vuylsteke

1

De dwinglandij is weêr geklommen op haren troon van bloed en list, en heeft de fransche legerdrommen weêr tot verwoesting aangehitst. De keizerlijke gier, zich doopend een' adelaar, plaant weêr omhoog, en loert op buit, en vestigt sloopend op 's nabuurs goed het oog.

Er dwalen weêr verwerde stemmen, - een samensmeltend weegebrom, - die 't wachtend herte onrustig klemmen, gelijk der doodklok naar gebom. Een mengling van trompetgeschetter en doffe trommelroffeling, kanongebulder, zwaerdgekletter, vervult, den hemelkring.

Was 't dan helaas! voor zulk een ende dat staatsorkaan op staatsorkaan

deze eewe drenkte met ellende, dat zóoveel wee wierd doorgestaan? Euroop hoort weêr den vuurberg rommelen in zijnen schoot, en beeft bevreesd, gelijk in 't woud de boomen schommelen voor 't naderend tempeest.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.