Skip to content
1860

Zwijgende liefde (onder ps. Julius)

Julius Vuylsteke

3

Hoe lange zal dit God gedoogen, riep Maerlant eens in twijfel uit, dat door der kwaden alvermogen het edelst poogen werdt gestuit?

Of is deze aerde, zoo vol rampen, een perk, waar, als een vechtershoop, het menschdom ondereen moet kampen door aller eewen loop?

En is de Almagtige in den Hoogen een Caesar, vreemd aan onze klagt, die, roerloos, zonder mededoogen, dat gladiatorspel betracht;

bij 't woedend op - elkander - horten, zijne oogen laaft in 't stroomend bloed, - en niet wil zien hoe moeders storten een' bittren tranenvloed?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.