Skip to content
1868

Uit het studentenleven en andere gedichten

Julius Vuylsteke

III.

Ja, wij zijn jong: en in ons jonge hoofden gloort nog de hooge Plicht gerust, gelijk een zon, wier kleuren niet verdoofden, een duizendkantig prisma kust; en ieder van de goud-beglanste stralen die 't glinstrend prisma wederkaatst, wordt ons een veld waar wondre vruchten pralen, waarop de geest met wellust aast. Die stralen heeten Vaderland, Geweten, Recht, Vrijheid, Waarheid, Rede, Deugd, en Liefde, al wat door u wordt weggesmeten, en 't Wijnglas dat gij ook wel meugt. Ja, al die ijslijkheden zijn ons heilig, heel dat verfoeilijk heidendom is in ons hart, als in een' tempel, veilig voor vloek en schreeuwen van rondom. Mijnheeren! die daarover vindt te klagen, - ons inzicht is zoo voort te gaan, en mocht het, op ons bede, God behagen ons op die bane bij te staan, al wordt door u in duizend dichte webben de menschelijke geest gekneld, wij hebben Wil, en zullen Krachten hebben, om heen te gaan waar 't harte snelt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.