IV.
Thans is het zaak den Paus ter hulp te komen: die arme man wordt diep gehoond!
Het ‘oproersdier’ heeft ook in 't heilig Roomen zijn vreeselijken kop getoond! Hoort, goede Kristnen! Pius' bange bede, hoort hoe hij thans in smarte leeft! De kruk zijns goddelijken rechts, waarmede hij zoolang voortgesukkeld heeft, is buiten dienst geraakt: hij sloeg ze aan stukken op 't rugbeen van zijn volk, o wee! Sa gauw dan, een paar nieuwe beetre krukken! 't Zijn bajonnetten nu, waarmeê de grijsaard zijn bouwvalligheid wil schooren: geld! mannen! haastig! geeft ze hem! En zie! daar stroomt het goud, ofschoon zij hooren, oud Rome! uw klagelijke stem; en zie! daar ijlen drommen dwaze sullen van bloeddorst heet; - en 't oud fornuis, waar uit mirakels, heiligmaking, bullen en anatheems in naam van 't kruis, dag in dag uit een reesem ijzren banden voor 't arem menschdom wordt gesmeed, krijgt nieuwe spijs; - en 't aaklig spook wiens handen, als klauwen beenig, scherp en breed, hef vrije denkbeeld in de hersens dooven en 't woord verwurgen in de keel, krijgt nieuwe macht en nieuwen glans; - - en, boven,
wendt God zijne oogen van 't tafreel dat nu zich voordoet: plassen bloeds vergoten, waarin zich wentlen, schaamtevrij, en uit hun monden 't naar Te Deum stooten de dweepzucht en de tirannij!
Cookies on Poetry Cove