Skip to content
1868

Uit het studentenleven en andere gedichten

Julius Vuylsteke

IV. Later.

En nu, 'k treur niet omdat gij weêr uwe oogen met koelen hoogmoed aan mijn' blik onttrekt, omdat de droom van heil, door u verwekt, op uwen adem weêr is heengevlogen.

En 'k woed ook niet omdat ik werd bedrogen, omdat ik u tot speeltuig heb verstrekt; neen, neen, de wolk die mijn gelaat bedekt, is smart en toorn omdat gij hebt gelogen.

Omdat ook gij, zoo schoon, zoo glansend schoon, gij, die op aarde in englenvormen wandelt, zoo wuft en valsch als de andre hebt gehandeld;

omdat ook weêr bij u mij lag ten toon dat rampenvol verbond van 't laagste en 't grootste, van 't heiligst en het vuigst, van 't eêlste en 't snoodste.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.