Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

IX.

Slechts één miljoen, armzalige student! - Zoo grijnsde Hugo in 't aaloude Gent, - Slechts één miljoen, en de eeuwen zouden spreken Van u, want stafs en tronen zoudt gij breken! De mijters zoudt gij morzlen in uw' vuist, Op 't puin der templen door het volk vergruisd, En, als een God gekleed in werkmanslompen, De sterkste kroon platstampen met uw' klompen!

Uw vader droomt des Hoves gunst voor u, En uwe moeder die der Kerk.... Welnu! Hof, Kerk, met heel den sleep der volksverraderen, Moge ik eens zien als mulgetrapte bladeren, Opdat de wind als mest ze nederstort' Op 't land, dat door hen uitgezogen wordt. Dan zullen wij alom gelijkheid zaaien, En eeuwig weelde en broederliefde maaien.

Nieuw licht, nieuw heil in ieders hoofd en borst Make elken mensch tot hoogprelaat en vorst. Als één gezang rijz' de algemeene zegen, Gansch 't wereldrond, de nageslachten tegen; En ik zal fier - ach! droomer, droomer, licht Wordt gij om brood tot schurkerij verplicht!’ - Hij sloeg zich tegen 't hoofd en knarsetandde: ‘Arme advokaat, bereidt u tot de schande!’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove