Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

IX.

De ruwe zeeman die, bij 't donderknallen, Den mast verbliksemd op het dek ziet vallen, Springt op, maar niet met razernij, niet wild, Zoo als graaf Thorveld, die van woede gilt. Zijn boezem golft alsof er lava dampte; Hij balt de vuisten, even of hij kampte En dorst naar wraak zijne aderen verkrampte. Zoo deinst hij bleek en pal tot aan den muur, Het voorhoofd fronsend en den blik vol vuur.

Zij viel geknield met opgehevene armen, En wilde spreken, snikken om erbarmen. ‘Zwijgt als een graf! o schande op mijnen naam!’ Zoo klonk het als een donder haar in de ooren. Zij kroop tot hem, en sloeg heure armen zaâm Om zijne kniên; hij, gloeiende van toren, Stiet ze achterom en stapte door de zaal, Gevoelloos als een standbeeld van metaal. Dan, hoe hij woedde en wrokte op zijne gade, Zij vroeg genade, voor haar kind genade.... Hij zag heur aan: zij beefde zóó voor hem; Zóó zwak was reeds het klinken harer stem; Zij lag zóó diep gebukt aan zijne voeten, Had reeds zóó veel, zóó bitter moeten boeten; Hij had de Schoone toch zóó zeer bemind, Dat haar gesmeek voor een onnoozel kind Ten hemel hem deed zien, als om te vragen Dat God de wraak, die hem de borst deed jagen, In zijne hand met lamheid zoude slagen.... Toen, even grimmig stappend door de zaal, Geleek hij weêr een standbeeld van metaal. ‘Vrouw, morde hij, hoort me aan: wij moeten scheiden. In naam der eer, geen band meer om ons beiden!’ ‘Ja, scheiden.... was het antwoord dat zij gaf,

Moge ik reeds morgen rusten in het graf! Moog' God mijn kind van 't leven ook ontbinden, En ik het in den hemel wedervinden! 't Mag zijn, o Ulrich, dat gij mij verstoot; Doch vloekt mij niet, eer ik hebbe uitgesproken; Nog heeft de Dood mij de oogen niet geloken; Ach, Ulrich! weest niet wreeder dan de Dood!’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove