Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

IV.

En Frits' fortuin, de vier miljoenen, waren Tot twee verbrast sinds de een-en-twintig jaren; 't Was of de schat dien hem zijn vader won, Als eene mijn, geen einde hebben kon. Bianca was niet de eenige gebleven

Die meê verkwistte in een losbandig leven, Maar Bertha's goed zou hem in macht en eer Veel hooger op doen klimmen dan weleer. Dies was een lach om zijnen mond ontloken, Als Vredecus van haar hem had gesproken. Doch - en dit zij tot 's paters lof gezeid - Niet dat gedacht had hem tot Frits geleid: Bianca woû, hoe men haar ook mocht noemen, De schandlijkheid haars levens niet verbloemen, En hij woû zien of reine liefde en trouw Hem voor altijd van haar niet scheiden zou; Want eenmaal zouden toch de dagen rijzen Dat Frits der Orde diensten zou bewijzen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove