Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

IV.

Zij zag hem na, bleef in gedachten staan, En zegde stil: ‘'k Hadd' willen medegaan....’ En ziet, wanneer de zonne reeds twee uren De ruimte had doorstroomd met gloed en licht, En 't eerste stoomgevaarte uit onze muren Den tocht begon, door 't heideland gericht, Dan voerde 't Ida, Beth en Hugo mede, Voor wie het kroop, hoe men het vliegen dede. En als de zon heur' dagreis had volbracht, Als uit het veld, bij 't naadren van den nacht, Het landvolk huiswaarts keerde met zijne ossen, Gelukte 't hun het meisje te verlossen.

Dan keerden ze ook gevijven naar de stad, Wees Bertha's hand in Ida's hand gevat, En saâm vooruit langs akkers, heî en bosschen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove