VI.
Graaf Thorveld dacht, zij treurde dus omdat
De hemel haar geen kind geschonken had....
Dat meende hij en meent het ook nog heden,
Want onlangs heeft hij innig haar gebeden,
Als eenig middel ten gewenschten troost,
Een anders kind te nemen tot haar kroost.
Zij dankte hem, bij 't liefderijk bezweren
Om toch met haar naar België te keeren,
Dat zij geen kind zou kiezen aan het strand
Des Tibers, maar misschien in 't vaderland....
En afgestapt in Antwerp's oude wallen,
Bezocht zij 't maagdenhuis het eerst van allen,
Zag één voor één de vondelingen aan,
Doch ging er uit nog droever aangedaan.
Zij keerde er weêr, doorbladerde de boeken,
En vond ook daar niet wat zij scheen te zoeken;
Zoodat te huis Schoone Emma, als verplet,
Gansch uitgeput zich neêrstrekte op haar bed,
En voelde dat zij met zoovele rampen
Niet lang meer, neen, niet lang meer zoude kampen....