Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

VII.

En Willem? O! het witte zijner oogen Had Hugo rood zien worden van het bloed! Hij trok hem meê, tot in de ziel bewogen, En zelf geschokt, gebroken in 't gemoed. Hij trok hem meê naar de advokatenkamer, Sloot dicht de deur, trok sleutel af en kruk. De jongling sloeg er zijne vuisten stuk,

Die op den muur weêrklonken als een hamer. Zijne oogen rolden bloed; maar niet één schreeuw Kwam uit zijn' mond: de omringende advokaten Beweerden dat een leeuw was losgelaten.... Een leeuw, voorwaar, - maar ijslijk was die leeuw!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove