Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

VIII.

De laatste wil der veege was beschreven; Niel keerde huiswaarts met het testament. De doktor kwam en zegde dat ze omtrent Den avond deze wereld zou begeven.

Dat gaan en komen trof de droeve wees Ten laatste toch met achterdocht en vrees. Zij sprak het eerst de dienstmeid aan, gedreven Door een gevoel dat haar geheel deed beven; Dan Vromen, dan ook Vredecus, die gram, Vol heilge strengheid, bij den arm ze nam, En zegde dat hare onbezonnenheden Hare eedle moei nu pijnlijk lijden deden. Zij vouwde hare handen in elkaâr En bad hem zoo: ‘O! laat mij eens bij haar!’ Hij merkte wel dat ze alles zoude pogen Om aan het ziekbed harer moei te mogen, En zeî dat, schoon de doktor het verbood, Ze er bij zou mogen, als de vlaag der droomen, Die de ijlkoorts nu juist weêr had op doen komen, Zou over zijn, en zij wat rust genoot.

Zij kermde om haar toch gauw te mogen spreken. Hij zag al meer, zoo hij de zaaldeur sloot, Dat zij wellicht die open zoude breken, Om hare moei vergiffenis te smeeken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove