Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

VII.

Dra stond hij vóór een ander klooster weder, Met eenen staf, gelijk een pelgrim staat: Een' kap verborg zijn haar en zijn gelaat, Een grijze baard hing op zijn herte neder.... ‘Een heilig man!’ riep iemand, en de poort Werd plechtig hem ontsloten op dat woord. Men knielde neêr, en zeegnend ging hij voort.... Uit een' kapel, nog met beschreide wangen, Kwam Bertha, gilde en vloog hem aan de borst: Een, - vier, - tien knechts ontsprongen duistre gangen; Doch wee, wee ieder die ze raken dorst! Haar redder zwaaide woedend eenen dolk en -

Weêr wekte hem de donder in de wolken....

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove