Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

VIII.

Wanneer de jury nu de zaal verliet, Om neêr te schrijven ‘schuldig’ of ‘onschuldig,’ Herhaalde een hunner, gram en ongeduldig: ‘Zit onder u zijn vader niet?’ Hunne uitspraak kon niet twijfelachtig wezen;

Ook kwamen zij weêr spoedig in de zaal, En werd het ‘schuldig’ plechtig voorgelezen, Bij duren eed, in ongeroerde taal. Toen rees de grijzaard op van zijnen zetel, Ontblootte zich den eerbiedwaerden schedel, En sprak het vonnis, dat de straf der dood Bij klaren dag in 't openbaar gebood. Hij voegde er bij en ging zijn hert te rade: ‘Geve u de Vorst, en geve u God genade!’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove