Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

IX.

O schoone tijd van ons kwâ-jongensleven! Hoe ieder uur vol zalige angsten is! Wie is er niet die ruim een' keer of zeven Op ééne week, schoon zwemmend als een visch, Ai mij, zoo na! in 't water is gebleven? Die menigmaal, in 't schoonste van de Mei, Vermetel klom in 't hoogste van de boomen, En eens, met een ellendig eksterei, Hals over kop beneden is gekomen? Dan loopt men met de schelpen heen.... - Aldus Deed Willem ook met zijne doode musch.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove