Skip to content
1865

Drie menschen van in de wieg tot in het graf

Julius Geyter

VII.

En Vromen riep, geestdriftig opgerezen: ‘Zoo moet het zijn, - ja, vrienden, 't moet zoo wezen! Ware ieder als ik liberalen ken, Zoo ware ik niet wat ik geworden ben. De schranderen uit alle staatspartijen Verstaan elkaâr, hoe de andren zich bestrijen. Daar heeft men Niel, - er is bij mijne ziel Geen beter man dan die notaris Niel! Valt iemand uit op kloosters en op paters, Dan toont hij zich de hevigste onzer haters, En praat hij met eene oude, goede sloor, Dan spreekt hij kerk en non en monik voor.

Zoo heeft hij in de stad het meeste vrinden, En wint hij geld bij allerlei gezinden. Laat hij de kiezers stemmen over hem, Schier iedereen vertrouwt hem zijne stem. Dat is de man! - Zoo breidelt men de dwazen Die gansche dagen van vooruitgang razen! Den schrandren gaat intusschen alles wel, En 't gapend volk betaalt het poppenspel.... Op Niel!’ - En Vredecus zegde onder 't klinken Dat hij met Niel wel eens zou willen drinken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Drie menschen van in de wieg tot in het graf · Julius Geyter · Poetry Cove