VI.
Dat stil verhaal had Hugo's ziel geboeid.
Deze Ida dus, met ouderliefde omgeven,
Had geene smet, geen' zonde in gansch haar leven,
Maar tot een' engel was zij opgegroeid?
O! hadde hij die menschenbloed dorst plengen,
En licht zijn hoofd op een schavot zal brengen,
Ook eenen Blinde, ook eenen vriend gehad,
Die zulk een hert, zulk eene ziel bezat!