II.
Wie was ‘de liefste blonde uit Nederland’
Voor welke Frits van wulpschheid was ontbrand?
't Was de onbezoedelde Ida....
Zeekren uchtend,
Door 't straatje rijdend, nevens Willem's huis,
Zag hij haar gaan, nog immer bleek en zuchtend,
Schoon als een beeld en ook als marmer kuisch.
Hij griezelde op zijn paerd; zijne oogen gloeiden;
't Was of hem vuur en vlam in de aadren vloeiden.
Hij hield zijn paerd onwetend stille staan,
En zag haar smachtend en begeerig aan....
Terwijl hij dus, den blik op haar geslagen,
Zich-zelven en alle anderen vergat,
Bemerkte hij den dronkaard niet, die zat
Aan eene deur en opkeek met behagen;
Die elken tocht zijns herten gadesloeg,
En lachte wijl 't zoo ongestuimig joeg.