Skip to content
1879

Winterbloemen

J.P. Hasebroek

II.

Voorwaar! het was een droeve tijd, Die dagen van 't Jaar-Dertig, Toen ieder klaar stond voor den strijd Als krijgsman, fix und fertig;

De maatschappij raakte in de war; Weg waren rust en orde. Een lafaard schold men lomp en bar, Wie zich ten strijd niet gordde.

't Was als bij Bilderdijk weleer:Zie zijne Inleiding voor Tyrteus' Krijgszangen. ‘Voor kousjens en voor slopjens Blaakt elk, en hongert meê naar de eer Van knopjens en van dopjens;

De boer, bij mistpraam en bij kar, Als krijgsheld Alexandert; De burger, loopend voor een nar, Zwaait vaandel rond en standerd.Zie zijne Inleiding voor Tyrteus' Krijgszangen.’

De maagden spraken van haar plan, Om nimmer in haar leven Aan wie nu thuis bleef, eens als man Haar blanke hand te geven.

Er blaakte een drift, die hittig was Om die gehate Belgen (Het kwam juist mooi in 't rijm te pas) Bloeddorstig te verdelgen.

De vredelievendsten van ziel, Maar nu strijdluste mannen - Ha! speuren zij een blauwen kiel, Zie hen den snaphaan spannen!

Leî niet voor Leuven op mij aan Mijn kunstgenoot Conscience, En zocht ik hem niet neêr te slaan In de eigen contenance?

't Was inderdaad een broedermoord: Twee Nederlandsche leeuwen, Die vice versâ, Zuid en Noord, Slechts moord en doodslag schreeuwen.

Pas zongen we elk: Wien Neêrlandsch bloed - In 't licht der vredezonne..... En nu! 't Wilhelmus roept om 't bloed Van 't volk der Brabançonne.

't Was Kaïn weêr, die Abel slacht, Als vroeger eeuwen 't zagen: Ja, 't was een tijd van moed en kracht, - Maar 't waren droeve dagen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Winterbloemen · J.P. Hasebroek · Poetry Cove