Skip to content
1879

Winterbloemen

J.P. Hasebroek

III.

't Gezicht van mijn droomen verandert! De éene Mei ging na d' ander voorbij; Weêr, mijn Valkenberg, groenen uw boomen.... En uw vriend van voorheen, - keerde hij?

Ja, hij keerde en zijn gang, de allereerste, Schoon Valkenberg, was naar uw hof, Waar hem, als een koorzang der geesten, De stem van zijn Gistren weêr trof.

O wondere keer weêr van 't noodlot! Waar bleef nu des Jagers groen kleed? Het week voor de nachtzwarte toga, Wier dos men ‘een kanselkleed’ heet.

De krijger van vroeger werd bode, Werd tolk, werd gezant van een Vreê, Breda, waar de Vreê voor moet zwichten, Die u eenmaal zoo zegenen deê.

O schoone, onvergeetbare dagen! Van 't Valkenberg uit zie 'k de kerk, Mij lief door zoo menige erinn'ring Aan d' arbeid in 't heerlijkste werk.

Daar werden geen palmen gewonnen, Daar galmde geen zegelieds-klank, Maar zacht vloeide op 's Levensboom blaadren In 't Godswoord een traan soms van dank.

Daar werden geen helden verslagen, Noch wijdde men offers ter dood.... Neen, stervenden werden daar levend, Wier ziel men den heilsbeker bood!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Winterbloemen · J.P. Hasebroek · Poetry Cove