Skip to content
1859

Winde-kelken

J.P. Hasebroek

Tweede tusschenzang.

de weezen alleen. O God, die zelfs naar 't schor geluid Van jonge raaf en woudduif hoort, Hoor, bidden wij, het staamlend woord, Door onzen kindermond geuit. Wat hebben arme kindren meer Dan hun gebed, o Heer? O neig uw oor, Geef onze beê gehoor! Vergeld het onzen Vrienden, Dat zij in ons u dienden; O neig uw oor!

Wat een van u den mijnen doet, Zoo heeft uw Zoon ons zelf beloofd,

Keert weêr in zegen op zijn hoofd, Als deed hij mij, mij-zelven goed. Wat deze voor ons deden, Heer, Keer' zeegnend tot hen weêr! O zie ons aan, Laat ons niet ledig gaan! Wil hen met zegeningen Om onzentwil omringen; O zie ons aan!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Winde-kelken · J.P. Hasebroek · Poetry Cove